Een moment van genialiteit

Als er onder de vrijwilligers niet die stille getuige was van Marks vroegere bestaan dan zou niemand kunnen vermoeden dat Mark ooit iemand anders was dan wie hij nu is. Mark was in een vorig leven namelijk een bedrijfsleider. Zo'n man van weinig woorden en veel daden. Creatief en als burgerlijk ingenieur, uitvinder van een aantal innovatieve producten en technieken in de bouwsector. Driehonderd man in dienst en maar groeien. Blind voor een aantal financiële wetmatigheden en zichzelf verliezend in de ontwikkeling van steeds nieuwere en betere bouwtechnische producten. Te veel wetenschapper. Te weinig zakelijk instinct. Ondanks de kwaliteit van wat hij ontwierp en verkocht, mokerde de financiële wereld op zijn kop. Het faillissement had hij volgens een getuige geeneens voelen aankomen van achter zijn tekentafel waar hij de laatste hand legde aan alweer een nieuwe machine. “Dag Mark. Tot nooit meer”, riepen de overnemers hem na.

Vandaag is Mark een schaduw van wie hij was. In De Steenhouwer schuifelt hij langs muren en als je hem een blik toewerpt dan schrikt hij alsof hij betrapt wordt op leven alleen al.

Ook de dag vóór ons mosselfeest fluistert hij over de Vrijdagmarkt. Precies op het ogenblik dat enkele vrijwilligers een poging doen om drie partytenten op te zetten. Nu is dat op zich al geen gemakkelijke klus. Als de onderdelen van de drie tenten niet langer gescheiden zijn en wanneer er bovendien geen enkel bouwplan aanwezig is, dan is er geen beginnen aan. Exact 216 buizen en 38 tussenstukken liggen kris kras over de Vrijdagmarkt. En dan is er Mark. Hij struikelt over zijn woorden als hij zijn hulp aanbiedt. Stil en nauwelijks verstaanbaar.

Dan begint hij. Hij monstert de onderdelen. In zijn hoofd ordent hij ze volgens dikte, lengte en vorm. Hij toetst potentiële bouwplannen en schept orde in de chaos. Terwijl onze vrijwilligers al drie uur puzzelden zonder resultaat zijn de tenten nu na 20 minuten een feit. Een moment van genialiteit, getuigend van de oude Mark.

“Dag Mark. Tot morgen in De Steenhouwer”, roep ik hem na wanneer hij zich even later terugtrekt in zijn schulp.